Izaac van Deen (1804-1869) was een pionier in de fysiologie en de eerste Joodse hoogleraar in Nederland. In 1851 werd hij als buitengewoon hoogleraar in Groningen aangesteld. Ruim vijftig jaar na de juridische gelijkstelling van Nederlandse Joden betekende dit een doorbraak in het emancipatieproces. De moeizame totstandkoming van deze aanstelling geeft een interessant beeld van het universitaire leven van die dagen. Twee decennia later werd de eerste vrouwelijke student in Groningen toegelaten – Aletta Jacobs, eveneens van Joodse huize. De Groningse universiteit bouwde zo verder aan haar liberale reputatie.
Over de auteur
Stefan van der Poel is universitair docent bij de vakgroep Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar de Joodse en Middeneuropese geschiedenis. In 2004 promoveerde hij op Joodse stadjers. De joodse gemeenschap in de stad Groningen, 1796-1945. Verder is Van der Poel secretaris van de Stichting Folkingestraat Synagoge.
Woord vooraf 7
De fysiologie van een leven: Izaac van Deen (1804-1869) 9
Kopenhagen – Burgsteinfurt 12
Rabbijn te Groningen 13
Joods onderwijs 15
Studietijd 17
Huisarts te Zwolle 20
Vriendschap met Molescho en Donders 23
Vriendschap met Hertzveld 25
Herziening van de medische ween 27
Medische wetenschap 28
Op zoek naar een academische positie 31
Vacatures in Groningen 32
Buitengewoon hoogleraar in Groningen 35
Universitair leven 38
Fysiologisch laboratorium 49
Dood en (her)begraven 54
Vriendschap 58
Publicaties Izaac van Deen 61
Geraadpleegde literatuur en archieven 63
Literatuur 63
Archieven 66
Persoonsregister 67








